Prikkelbaar darm syndroom: ontdek de oorzaak

ontlastingsonderzoek naar de oorzaak van prikkelbaar darm syndroom

Ontlastingsonderzoek kan worden ingezet om de oorzaak van prikkelbaar darm syndroom te helpen achterhalen.

Op darmklachten.nl kunt u een uitvoerige ontlastingsonderzoek aanvragen, om de oorzaak van prikkelbaar darm syndroom klachten te ontdekken.

Diagnose prikkelbaar darm syndroom (PDS) wordt in Nederland soms te vroeg en ten onrechte gesteld. De term prikkelbaar darm syndroom zou eigenlijk alleen gebruikt moeten worden wanneer alle mogelijke oorzaken voor chronische darmklachten zijn uitgesloten.

Sommige huisartsen benoemen onbegrepen chronische darmklachten ‘prikkelbaar darm syndroom’, zonder eerst uitgebreid onderzoek aan te vragen. Het is nodig om alle mogelijke oorzaken van de klachten uit te sluiten. Ontlastingsonderzoek is een betrouwbare manier om de oorzaak van prikkelbaar darm syndroom symptomen te achterhalen.

Er is dus een gebrek aan diagnostiek bij darmklachten. Bovendien is de behandeling van chronische darmklachten vaak beperkt. Voeding heeft veel met prikkelbaar darm syndroom te maken. Slechte voeding kan (vooral op lange termijn) veel klachten veroorzaken die overeenkomen met prikkelbaar darmsyndroom. In Nederland, waar veel brood (en andere zetmeel en suiker rijke voeding) wordt gegeten, komen prikkelbaar darm syndroom klachten vaak uit dieet voort. Het kan te maken hebben met een voedsel intolerantie, zoals glutenallergie of lactose intolerantie.

fecale occult bloed test

De humaan immunochemische fecale occult bloed test, iFBOT, kan bloed in ontlasting aantonen. De Nederlandse Gezondheidsraad maakte in 2009 bekend dat, indien 60% van mensen van 55 tot 75 jaar zich door middel van iFBOT, zouden laten screening, dat een reductie van 1.400 sterfgevallen door darmkanker per jaar zou betekenen. Het  NTVG publiceerde deze gegevens en de auteur concludeerde: screening op darmkanker is haalbaar, acceptabel en kostenbesparend.  In Shanghai, Chinawerden 5.919 patiënten getest met iFOBT: 314 (5.30%) was positief. Bij in totaal 116 van deze groep (36%) werden afwijkingen gevonden: 16 personen hadden colorectale kanker, 94 adenomateuze poliepen en 6 patiënten colitis ulcerosa.

Conclusie

Tal van onderzoekers benadrukken het belang van vroege diagnostiek.

Patiënten met darmklachten en prikkelbaar darm syndroom brengen enorme directe en indirecte kosten met zich mee en, niet te vergeten, lijden aan een verlies van levensvreugde.

In de eerstelijnsgeneeskunde kan gebruik worden gemaakt van ontlastingsonderzoek bij ‘prikkelbaar darm syndroom’. Dit is aantoonbaar kostenbesparend, verkort het ziekte traject en is niet-invasief. Men heeft niet te maken wachttijden en de arts kan gerichter doorverwijzen naar de specialist. Voorselectie kan gemaakt worden van wie het meest heeft aan een colonoscopie.

‘gebrek aan diagnostiek bij patiënten met chronische darmklachten’

Er kunnen economische en ethische vragen gesteld worden over het gebrek aan diagnostiek bij patiënten met ‘prikkelbaar darm syndroom’ chronische darmklachten. Mensen met chronische darmklachten maken tot wel vier keer zo veel medische kosten dan mensen zonder darmklachten. Zij komen ook veel vaker bij de arts over de vloer. Patiënten bezoeken de arts vaak wanneer de klachten verergeren. Meestal worden alleen de symptomen bestreden, maar de oorzaak van de klachten wordt niet ontdekt omdat er nooit volledig onderzoek plaatsvindt. In gevallen waar de chronische klachten kan de darm verergeren, zal inwendig onderzoek plaatsvinden (een endoscopie of zelfs een ziekenhuisopname). Hierdoor rijzen de kosten de pan uit.

Voor mensen met chronische darmaandoeningen kunnen de persoonlijke kosten ook zeer hoog zijn, door arbeidsverlies en gebruik van supplementen. Door vermoeidheid en pijn kan productiviteit afnemen en kan bijvoorbeeld de carrière worden geschaad.

Geld is belangrijk, maar dat is uiteraard een secondaire overweging. Het kan honderden of duizenden euro’s besparen om de oorzaak van chronische ‘prikkelbaar darm syndroom’ darmklachten te ontdekken, maar dat is een kleine bedrag vergeleken met de prijs voor iemand die jaren van zijn of haar leven te maken heeft met verlies van levensvreugde. E. van der Horst en collega’s schrijven in het NTvG van juli 20103 dat Nederlandse artsen geen ernstige aandoeningen missen door weinig scopien uit te voeren. Dit is goed om te horen, maar de definitie van “ernstig” is vrij beperkt. Voor iemand die zich jaren lang met een chronische aandoening tobt, is de situatie ernstig genoeg.

Er is ook een ethische vraag: is het de taak van de arts om alleen ernstige aandoeningen op te sporen? Of om, waar mogelijk, de oorzaak van lijden op te sporen om op die wijze de gezondheid te herwinnen of de kwaliteit van het leven te verbeteren? Is het niet de taak van de arts een diagnose te stellen? Ook ‘kleine’ diagnoses zoals een melksuiker intolerantie en andere ‘prikkelbaar darm syndroom’ klachten?

Prikkelbaar darm syndroom en darmparasieten

Een van de belangrijkste oorzaken van prikkelbaar darm syndroom-klachten is besmetting met eencellige darmparasieten. Infectie met protozoa komt veel vaker voor bij mensen met prikkelbare darm syndroom dan bij gezonde mensen en blijkt vaak de klachten te veroorzaken.

Het NHG geeft wel aan dat na bezoek aan een risicogebied met moet denken aan een Giardia lamblia besmetting. Echter kinderen worden ook vaak op school of de peuterspeelzaal besmet. Bovendien zijn er andere darmparasieten die nog vaker voorkomen.

De meest voorkomende darmprotozoa bij prikkelbaar darm syndroom zijn:

1)  Dientamoeba fragilis.

2) Giardia lamblia.

3) Blastocystis hominis.

De ziekte van Crohn

Prikkelbaar darm syndroom betekent dat de oorzaak van chronische darmklachten onbekend is. Dit betekent dat alle mogelijke oorzaken van prikkelbaar darm syndroom symptomen uitgesloten moeten worden.  De ziekte van Crohn is een inflammatoire darmziekte. Het veroorzaakt ontsteking van het slijmvlies van de spijsverteringskanaal, wat kan leiden tot buikpijn, ernstige diarree en zelfs ondervoeding. Ontsteking veroorzaakt door de ziekte van Crohn kan voorkomen op verschillende locaties van het spijsverteringskanaal bij verschillende mensen. De ontsteking veroorzaakt door de ziekte van Crohn verspreidt zich vaak tot diep in de lagen van de getroffen darm weefsel. Zoals colitis ulcerosa, een ander gemeenschappelijk darmziekte, kan de ziekte van Crohn zowel pijnlijk en slopend zijn, en kan soms leiden tot levensbedreigende complicaties. Hoewel er geen bekende genezing is voorde ziekte van Crohn, kunnen therapieën de symptomen verminderen en zelfs leiden tot een langdurige remissie. Met behandeling zijn veel mensen met Crohn ziekte in staat om goed te functioneren.

Symptomen van de ziekte van Crohn

Symptomen van de ziekte van Crohn kunnen bij verschillende mensen in verschillende locaties van het lichaam voorkomen. Bij sommige mensen wordt alleen de dunne darm aangetast. Bij andere mensen, wordt de ontsteking beperkt tot de dikke darm. De meest voorkomende locaties van ontsteking veroorzaakt door de ziekte van Crohn zijn het laatste deel van de dunne darm (ileum) en de dikke darm. Ontsteking kan beperkt blijven tot de oppervlakte van de darmwand, wat kan leiden tot littekenvorming (stenose) maar ontstekingen kunnen ook  door de darmwand spreiden (fistels). Symptomen van de ziekte van Crohn kunnen variëren van mild tot ernstig en kunnen zich plotseling voordoen maar ook geleidelijk. De symptomen kunnen zich ontwikkelen zonder waarschuwing. Mensen met de ziekte van Crohn hebben soms een tijdje geen klachten of symptomen (remissie). Wanneer de ziekte actief is, zijn de symptomen onder andere:

Lijst van de symptomen van de ziekte van Crohn:

Diarree. De ontsteking van de ziekte van Crohn veroorzaakt dat cellen in de aangetaste delen van de darm   grote hoeveelheden water en zout uitscheiden. Omdat de dikke darm het overtollig vocht niet volledig kan absorberen wordt diarree veroorzaakt. Intensieve darmkrampen kunnen ook bijdragen aan dunne ontlasting. Diarree is een gemeenschappelijk probleem voor mensen met de ziekte van Crohn.

Buikpijn en krampen. Ontsteking kan ulceratie van het darmwand veroorzaken. Delen van het darm zwellen op worden uiteindelijk bedekt met littekenweefsel. Dit heeft op het spijsverteringskanaal en kan leiden tot pijn en krampen. Matige gevallen van de ziekte van Crohn lijdt meestal slechts tot milde ongemak, maar in de meer-ernstige gevallen, kan de pijn ernstig zijn en  misselijkheid en braken omvatten.

Bloed in ontlasting. Eten dat zich beweegt door de spijsverteringskanaal kan veroorzaken dat ontstoken weefsel gaat bloeden, en soms gaan getroffen darmen ook vanzelf bloeden. Helder rood bloed kan dan in de toiletpot gezien worden of is donkerder bloed vermengd met de ontlasting. Er kan ook bloed in de ontlasting zijn die je niet ziet (occult bloed). Zweren. De ziekte van Crohn kan zweren op het oppervlakte van de dunne darm veroorzaken die uiteindelijk grote zweren diep in – en soms door – de darmwand vormen. Er kunnen ook zweren in mond vormen die lijken op aften. Verminderde eetlust en gewichtsverlies. Buikpijn en krampen en de ontstekingsreactie in de wand van de darm kan invloed hebben op zowel de eetlust en het vermogen om eten te verteren en te absorberen.

Andere symptomen van de ziekte van Crohn:

Mensen met een ernstige ziekte van Crohn kunnen ook last hebben van het volgende:

  • Koorts
  • Vermoeidheid
  • Reuma
  • Oogontsteking
  • Zweertjes in de mond
  • Huidaandoeningen
  • Ontsteking van de lever
  • Vertraagde groei of vertraagde puberteit bij kinderen

Wanneer moet een arts gezien worden voor de ziekte van Crohn?

Raadpleeg uw arts bij aanhoudende veranderingen in het ontlastingspatroon, of de volgende symptomen van de ziekte van Crohn:

  • Buikpijn
  • Bloed in de ontlasting
  • Aanvallen van diarree die niet reageren op medicatie
  • Onverklaarbare koorts die langer duurt dan een dag of twee

 Darmontsteking

In een laboratorium kunnen testen worden gedaan op biologische markers. Biologische markers geven aan of er sprake is van een ontsteking van de darm. Bij mensen met chronische darmklachten verdacht op prikkelbaar darm syndroom komt een darmontsteking vaak voor.

calprotectine en lactoferrine 

Fecale biomarkers zijn calprotectine en lactoferrine. Het zijn stoffen die worden uitgescheiden door neutrofiele granulocyten in de darm. Beide markers die gevoeliger dan andere onderzoeken. Fecale calprotectine kan significant verhoogd zijn in gevallen van colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn.

Calprotectine is een goede maat voor diagnostiek en monitoring van patiënten met IBD zoals colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. De resultaten bevestigden eerdere literatuurbevindingen dat calprotectine niet alleen differentieert tussen patiënten met onschuldige darmklachten en ernstiger pathologische afwijkingen, maar tevens een aanwinst vormt voor het onderscheid tussen actieve en niet-actieve IBD.

Calprotectine wordt door de VU te Amsterdam gebruikt, ook MGlab&Advies heeft de analyse opgenomen in het pakket.

Prikkelbaar darm syndroom wordt in Nederland vaak toegeschreven aan een aantal chronische darmklachten. Bijna 20% van de Nederlandse bevolking heeft last van chronische darmklachten. In de meeste gevallen is het niet bekend waardoor de darmklachten worden veroorzaakt. Er zijn ontlastingsonderzoeken die gebruikt kunnen worden om de meeste de oorzaken van de klachten te vinden. Helaas worden alle mogelijke oorzaken van de chronische darmklachten meestal niet onderzocht. Zonder uitgebreid onderzoek worden de klachten vaak ‘prikkelbaar darm syndroom’ genoemd door de arts.

Prikkelbaar darm syndroom wordt helaas in veel gevallen ten onrechte als ‘diagnose’ genoemd. In dit geval De klachten die in feite door een andere aandoening veroorzaakt worden zouden geen ‘prikkelbare darm syndroom’ genoemd moeten worden. Er is eigenlijk helemaal geen sprake van een ‘prikkelbare darm syndroom’, indien de klachten veroorzaakt worden door bacteriele infectie, darmparasieten, gluten intolerantie, of Candida in de darmen. Dit zijn de meest voorkomende oorzaken van aanhoudende darmklachten die vaak – zonder onderzoek – prikkelbare darm syndroom (PDS) worden genoemd.

prikkelbare darm syndroom onderzoek

De woorden ‘prikkelbare darm syndroom’ suggereren dat de darmen geïrriteerd worden zonder reden: ze zijn zomaar prikkelbaar. Als er in feite wel een oorzaak is voor de irritatie, zijn de darmen niet ‘prikkelbaar’, maar ontstoken, geïnfecteerd of hebben ze last van een allergie. Het is tragisch voor mensen die denken dat ze PDS hebben, en er niets aan kunnen doen, wanneer er in feite een onderliggende aandoening is die opgespoord en behandeld kan worden.

Het is mogelijk door middel van ontlastingsonderzoek veel darmaandoeningen op te sporen. In sommige gevallen blijken deze darmaandoeningen behandelbaar te zijn, en gaan de PDS klachten over. In gevallen waar een darmaandoening of darmziekte de klachten veroorzaakt, is er eigenlijk helemaal geen sprake van prikkelbare darm syndroom.

Op darmklachten.nl kunnen onderzoeken aangevraagd worden naar de meest voorkomende oorzaken van PDS.

Algemene informatie over het prikkelbare darm syndroom:

Niet iedereen met de diagnose prikkelbare darm syndroom heeft werkelijk PDS. De diagnose prikkelbare darm syndroom wordt vaak gesteld zonder dat alle klachten zijn onderzocht. Laboratorium onderzoeken zijn beschikbaar om het merendeel van de oorzaken van chronische darmklachten in kaart te brengen.

Helaas gaan veel mensen met (huis)artsen of andere behandelaren die weinig verstand hebben van laboratorium onderzoek. Laboratorium onderzoek is de beste manier om vast te stellen wat er aan de hand is in de darmen. Indien er onvoldoende onderzoek wordt gedaan kan alleen een ‘verlegenheidsdiagnose’ worden gegeven. Het blijft een ‘verlegenheidsdiagnose’ zolang alle mogelijke onderliggende oorzaken van chronische darmklachten nog niet zijn onderzocht en zijn uitgesloten. Door uitvoerig ontlastingsonderzoek uit te laten voeren kunnen darmproblemen opgespoord en mogelijk behandeld en genezen worden.

De diagnose prikkelbaar darm syndroom wordt vaak door de huisarts gesteld op basis van vragen en lichamelijk onderzoek. Maar er wordt zelden laboratorium onderzoek uitgevoerd. Het is onmogelijk om alle mogelijke oorzaken van PDS uit te sluiten, zonder echt onderzoek te laten doen.

Zelfs met een colonoscopie zijn niet alle mogelijke oorzaken van prikkelbare darm syndroom meteen zichtbaar. Een coloscopie kan darmkanker, darmpoliepen, ziekte van Crohn en colitis ulcerosa in kaart brengen. Maar dit zijn slechts een paar van de vele oorzaken van prikkelbare darm syndroom symptomen. In feite stellen deze serieuze aandoeningen statistisch weinig voor. van de totale bevolking. PDS wordt veel vaker veroorzaakt door bacteriën, schimmels en gisten en parasieten in de darmen. En deze aandoeningen zijn helaas onzichtbaar voor een coloscopie.

Veel huisartsen zijn niet op de hoogte van de mogelijkheden van ontlastingsonderzoek. Ontlastingsonderzoek is erg gemakkelijk te verrichten: een kleine schepje ontlasting kan thuis verzameld worden, en in een speciale envelop verpakt en opgestuurd worden naar een laboratorium. Er komen dus geen ingrijpende, inwendige onderzoeken aan te pas, en het is helemaal veilig. Ontlastingsonderzoek is zeer logisch: de ontlasting bevat zeer veel informatie over de toestand van de darmen. Gespecialiseerde laboratoria kunnen als een soort CSI de oorzaak van prikkelbare darm syndroom klachten ontdekken.

Er is alleen sprake van prikkelbare darm syndroom wanneer alle mogelijke oorzaken van de darmklachten zijn uitgesloten. Indien u met prikkelbare darm syndroom gediagnosticeerd bent zonder goed onderzocht te zijn, moet u erop staan dat onderzoek alsnog gebeurt. Want het is erg zonde om pijn en ongemak te hebben en aan verlies van levensvreugde te lijden, terwijl een oplossing mogelijk is voor prikkelbare darm syndroom, en misschien zelfs voor de hand ligt.

Diagnose van prikkelbaar darm syndroom:

De diagnose prikkelbaar darm syndroom wordt tegenwoordig gesteld op basis van meer onderzoek, maar in het verleden werd de diagnose prikkelbaar darm syndroom door huisartsen gesteld op basis van een aantal kenmerkende klachten, de zg. Rome II criteria. Deze criteria waren ten eerste niet nauwkeurig genoeg; ten tweede kenden alle huisartsen de criteria niet eens.

De Rome II criteria voor prikkelbaar darm syndroom symptomen zijn:

stralende darm pijn bij prikkelbaar darm syndroom

  • klachten die langer dan 3 maanden bestaan,

  • vaker dan 3 maal per dag ontlasting of slechts enkele keren per week,
  • winderigheid,
  • een opgezette buik,
  • buikpijn,
  • verlichting na defecatie,
  • slijm en/of bloed bij de ontlasting.

De diagnostische richtlijnen voor laboratoriumonderzoek, opgesteld door het Nederlandse Huisartsen Genootschap, luiden:

  • Bloedonderzoek laten uitvoeren: bezinking, het aantal witte bloedlichaampjes en vaststellen of er bloedarmoede is.
Dit is lang niet goed genoeg, omdat de oorzaak ook een voedselintolerantie, besmetting met schadelijke darmbacterien, darmparasieten of schimmels kan zijn. Met name darmparasieten zijn een zeer belangrijke oorzaak van het “Prikkelbaar Darm Syndroom.” Veel huisartsen hebben weinig kennis van parasitologie en komen vaak niet op het iedee patienten te laten onderzoeken op parasieten.

De Rome criteria beschrijven ook alarmsignalen, zoals bloedige ontlasting. Het advies luidt om alleen bij mensen die verlies van bloed hebben plus en een ander alarmsignaal zoals vermagering, langdurige diaree en ernstig ziekzijn, door te verwijzen naar een specialist voor inwendig onderzoek (een colonoscopie). Dit gebeurt slechts bij een kleine percentage van de mensen met chronische darmklachten. Bovendien is een scopie niet geschikt om oorzaken zoals besmetting met bacterien of parasieten op te sporen. Een colonoscopie zal bijvoorbeeld geen microscopische darmparasieten aantonen.

Omdat weining laboratoiumonderzoek plaatsvindt bij mensen met chronische darmklachten, kan de diagnose worden gemist, en worden de klachten te gemakkelijk met de benoeming prikkelbaar darm syndroom bestempeld.

Er zijn twee punten om rekening mee te houden:

  • De meeste artsen kennen de Rome criteria niet. Een recent onderzoek geeft aan dat slechts 20% van de Engelse1 huisartsen de criteria kennen en slechts 4% er gebruik van maakt. Van de Europese huisartsen kende 77% geen enkel diagnostische criterium.
  • In Nederland2 worden weinig patiënten met chronische darmklachten verwezen, slechts 7% gaat naar de specialist.
De reden waarom huisartsen zo zelden hun patiënten met prikkelbaar darm syndroom verwijzen, is omdat, ondanks het geringe aantal verwijzingen, niet op grote schaal ernstige aandoeningen worden gemist. Ernstige aandoeningen zijn darmkanker en darmontstekingen: colitis ulcerosa en de ziekte van Crohn. Deze ziekten komen voor bij 2 personen per 1000. Dikke darmkanker komt voor bij 1 op de 1500 personen. De kans dat een patiënt met chronische darmklachten een darmontsteking zoals colitis ulcerosa of darmkanker heeft, is dan ook zeer klein. Maar dit neemt niet weg dat er vele andere aandoeningen zijn die weliswaar minder ernstig zijn, maar toch behoorlijke klachten kunnen veroorzaken, die af doen nemen van levensvreugde en veel meer kosten met zich mee dragen.

Er bestaat een misconceptie dat het verrichten van aanvullend onderzoek de ongerustheid van patiënten zou vergroten. Van de Horst refereert aan het artikel van Fritzpatrick4 om dit punt te ondersteunen. Maar eigenlijk beweert Fritzpatrick het tegendeel, en wordt zijn standpunt uit het verband getrokken. Fritzpatrick stelt dat patienten ongerust worden wanneer onderzoek plaatsvindt en de arts slechts aan de patiënt meedeelt dat er niets aan de hand is, zonder uitleg van onderzoeksresultaten. De patiënt ervaart dit als een ontkenning van hetgeen dat wordt doorgemaakt; 34% van de patiënten maakt zich zorgen omdat de testresultaten niet afdoend zijn besproken. Hij schrijft dat het geruststellen vaak faalt. Fritzpatrick wijt dat aan slechte communicatie, niet aan het onderzoek.

Dit is niet alleen een communicatieve falen, het is ook een ethische falen. Artsen denken vaak, ten onrechte, dat chronische darmklachten slechts een psychologische oorzaak hebben. Vervolgens nemen ze maatregelen om de patient te behandelen alsof deze psychisch zwak is. Tot deze maatregelen behoort de beslissing om geen onderzoek te laten verrichten, uit angst dat de patient een negatieve uitslag niet goed zou kunnen verwerken. In feite wordt veel meer stress veroorzaakt door tegen iemand met een echte aandoening te vertellen dat ze het zich allemaal verbeelden, en niet onderzocht hoeven worden.

Prikkelbaar darm syndroom diagnostiek en NHG richtlijnen

Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) heeft een protocol ontwikkeld voor de diagnostiek van prikkelbare darm syndroom. Hieronder volgt een ingekort overzicht van de 5 stappen: Anamnese, Lichamelijk Onderzoek, Aanvullend Onderzoek, Therapie, Evaluatie.

Nergens in de richtlijnen staat dat er gericht ontlastingsonderzoek aangevraagd kan worden bij een laboratorium, terwijl dit de meest doeltreffende methode is. Wel wordt aangegeven bij aanvullend onderzoek dat bloedonderzoek aangevraagd kan worden, maar bloedonderzoek is beperkt. Ontlastingsonderzoek geeft veel meer diagnostische informatie over chronische darmklachten, omdat ontlasting uit de darmen komt, en meetbare waardes bevat over veel verschillende aandoeningen. Een van de meest opmerkelijke stukken uit de richtlijnen is:

Meestal kan de diagnose gesteld worden zonder aanvullend onderzoek. Voorwaarde voor het stellen van de diagnose is echter wel dat andere aandoeningen voldoende uitgesloten zijn zodat bij verdenking op een inflammatoire darmziekte of colorectale maligniteit aanvullend onderzoek altijd aangewezen is.”

Vervolgens wordt gezegd:

Het prikkelbare darm syndroom komt in de algemene bevolking voor bij 15 tot 20 procent van de vrouwen en 5 tot 20 procent van de mannen. Slechts éénderde van de mensen met klachten die overeenkomen met het prikkelbaar darm syndroom zoekt medische hulp.”

Er wordt dus gesteld dat:

  1. Het meestal niet nodig is om aanvullend onderzoek te verrichten.
  2. Er alleen aanvullend onderzoek nodig is bij verdenking op een inflammatoire darmziekte (Ziekte van Crohn en Colitis Ulcerosa) of colorectale maligniteit (darmkanker). Deze ernstige ziekten zijn zeldzaam, dus verdenking op deze ziekten is ook zelden. Er zijn nog veel meer darmziekten – infecties met darmparasieten, darmschimmels en darmbacterien bijvoorbeeld – waar dus (volgens de richtlijnen) nooit onderzoek naar uitgevoerd dient te worden. Naast ziekten kunnen ook allergien en intoleranties (voor gluten, bijvoorbeeld) prikkelbaar darm syndroom symptomen veroorzaken: het wordt ook niet aangeraden hier onderzoek naar te laten verichten.
  3. Wanneer laboratoriumonderzoek plaatsvindt, betreft dit alleen bloedonderzoek terwijl ontlastingsonderzoek veel zinvoller zou zijn.
  4. Tot slot wordt toegegeven dat wel 20 % van de bevolking “prikkelbaar darm syndroom” zou hebben. In feite lijden veel minder mensen aan prikkelbaar darm syndroom. Het merendeel van de genoemde 20% heeft prikkelbaar darm syndroom-klachten en heeft simpelweg nooit een diagnose gekregen. De beste manier om de achterliggende oorzaak op te sporen is, nogmaals, door middel van ontlastingsonderzoek.

Anamnese (een anamnese is een “intake gesprek” waar door middel van gerichte vragen de eerste fase van het onderzoek wordt ingezet).

1. Eerst stelt de arts de klachten vast met behulp van deze vragenlijst:

  • 1A. Betreffende buikpijn: duur, beloop, intermitterend of continu, lokalisatie, verlichting door ontlasting of het laten van winden?
  • 1B. Andere buikklachten: opgeblazen gevoel, rommelingen, winderigheid?
  • 1C. Ontlastingspatroon en wisselingen in aspect, consistentie en het waarnemen van bloed of slijmbijmenging?

2. Ter differentiatie van andere oorzaken van prikkelbare darm syndroom:

  • 2A. Onbedoeld gewichtsverlies, meer dan 3 kg in een maand?
  • 2B. Het voorkomen in de familie van darmkanker en leeftijd bij het ontstaan hiervan?
  • 2C. Temperatuurverhoging?
  • 2D. Samenhang met menstruatie?
  • 2E. Bijwerkingen van medicatie?
  • 2F. Relatie met voedingsmiddelen, met name melk, zoetstoffen, light-producten, alcohol?
  • 2G. Verblijf in de (sub)tropen of Middellandse Zeegebied?
  • 2H. Aard voedings- of bewegingspatroon, bij obstipatie: vochtinname?

3. Om een indruk te krijgen van ernst en prognose:

  • Omgaan met de klachten: abnormaal ziekte- of vermijdingsgedrag, angst voor bepaalde aandoeningen, disfunctioneren in werk en hobby’s, reacties uit de omgeving?

Lichamelijk onderzoek (de tweede fase)

1. Inspectie, auscultatie en palpatie, met name de plaats van de pijnklachten

2. Rectaal toucher bij verdenking op:

  • ontlastingsophoping (linkszijdige of rechtszijdige weerstand in de buik)
  • een inflammatoire darmziekte of darmkanker

3. Vaginaal toucher bij verdenking van ziekten van de genitalia.

Aanvullend onderzoek bij prikkelbare darm syndroom

A. Er is geen aanvullend onderzoek nodig.

B. Alleen bij twijfel over diagnose: BSE (bezinking), leuco’s (witte bloedlichaampjes), Hb (hemoglobine [om bloedarmoede te bepalen]):

  • Bij jongere patiënten zonder aanwijzingen van ernstige ziekten (pathologie)
  • Bij oudere patiënten met al vele jaren bestaande prikkelbaar darm syndroom klachten

C. Bij sterke twijfel inwendige darmonderzoek (sigmoidoscopie) eventueel gevolgd door een X-foto van de dikke darm.

  • bij verdenking op een ontsteking van de darm
  • bij verdenking op een darmkanker. Overleg met internist of gastroenteroloog over aanvullend onderzoek bij patiënten met buikklachten en het voorkomen van een colorectaal carcinoom bij één eerstegraads familielid jonger dan 45 jaar of bij twee eerstegraads familieleden ongeacht de leeftijd

Therapie voor prikkelbare darm syndroom. Bij patiënten met aanhoudende klachten zal psychotherapie worden aangeraden. Wanneer ondanks therapie ernstige prikkelbaar darm syndroom klachten of ongerustheid aanhoudt, kan inwendig onderzoek (dmv een scopie) plaatsvinden.

Evaluatie Stel de diagnose prikkelbaar darm syndroom bij klachten conform begrippen en wanneer aanwijzingen voor andere aandoeningen ontbreken.

Er is een kern van waarheid in het “psychologisch verhaal”, maar die waarheid is heel anders dan de meeste artsen het voordoen. Neuropeptiden, die invloed hebben op het geluk, zoals serotonine, worden aangemaakt in de darmen. Wanneer er een chronische afwijking is met de darmen, worden deze peptiden niet optimaal aangemaakt. Dit kan natuurlijk leiden tot depressie. Maar de onderliggende oorzaak is medisch – slechts de symptomen zijn psychisch.